![]() |
Wie: Edwin Jansen Want: Edwin Jansen denkt dat Den Haag het nieuwe Seattle is. Hij noemt zijn stad liefkozend ‘rockcity’, een koosnaam die de scene rondom bands als Peter Pan Speedrock al voor Eindhoven geclaimd had. Ten onrechte, vindt Edwin, Den Haag herbergt het meeste talent: Kane en Di-rect komen er bijvoorbeeld vandaan. Dat zijn inderdaad ont-zet-tend goeie bands, ik heb al hun CD’s. Oh nee, toch niet! En verder? Anouk? Nee, die komt uit Rotjeknor, al weten veel mensen dat niet. Verder is er eigenlijk niet zoveel, of je moet de poserrockers van Vertigo als ‘veelbelovend’ willen classificeren. Vertigo, die hebben vorig jaar nog, in samenwerking met een groep die Silkstone heet, de grunge-klassieker Hunger Strike om zeep geholpen, voor een goed doel, maar ook om er zelf een beetje beter van te worden natuurlijk. Afijn, dat soort helden, en vele anderen, brengt de Haagse scene voort. Edwin is trots op zijn stad. Maar U begrijpt: ik heb daar een hele andere kijk op dan Edwin. Sinds enkele weken is er nota bene een door de Gemeente Den Haag gesubsidieerd TV-programma - Rock Nation - waarmee Edwin een superstoere rockband bij elkaar scharrelt. Op zich niks nieuws: als jurylid van Idols deed hij iets soortgelijks. En de eerste afleveringen van Rock Nation waren nog best het aanzien waard. De muzikanten kunnen beduidend meer dan alleen E- en G-akkoorden harken, ze kijken redelijk pienter uit hun oogjes en zo nu en dan worden er in de korte interviews ook daadwerkelijk hele zinnen gezegd. Het programma wordt niet gepresenteerd, maar Edwin is wel heel vaak in beeld om te zeggen dat bassist X minder cannabis moet paffen of dat zangeres Y zich misschien eens moet laten verwennen door een horde hitsige nijlpaarden omdat er anders zo weinig emotie in haar stem te bespeuren valt. Leuke TV. Ik ben er echter alweer klaar mee. Edwin heeft inmiddels het kaf van het koren gescheiden en is erin geslaagd om juist díe muzikanten met dat beetje authenticiteit eruit te wippen. Edwin wil een rockband, maar dan één zonder typetjes. Het grappige is echter: de band is dan wel verzekerd van een heus platencontract bij een major, maar verder is er niks band aan Edwins groepje muzikanten. Er is nog geen bandnaam. Er zijn tot nu toe alleen maar covers gespeeld, want liedjes zijn er nog niet geschreven. Kortom: de band heeft geen ziel, geen hart, geen… het is niks. Het IS niks. Ik was laatst in de bovenzaal van Paradiso, waar een Finse band met de dubieuze naam Disco Ensemble speelde. Dat moet u maar even googelen, en misschien vindt u er geen klap aan, maar ik heb daar wel een band zien spelen, verdomme! Het zaaltje was nog niet half gevuld; aan de koppies van de t-shirt-dealer en de gitaren stemmende roadie zag ik dat het de vorige avond laat geworden was, dat de tour überhaupt zwaar was. Rond zes uur kwam de band op, de bandleden zagen er verfomfaaid uit: klaarblijkelijk was er al geruime tijd geen bezoekje aan een wasserette gebracht, misschien niet eens aan een douche. Disco Ensemble begon te spelen en het geluid was abominabel, zo slecht. De drummer sloeg hard, te hard om uitversterkt te hoeven worden. Hij viel af en toe verkeerd in of miste een bekken. Maar hij lachte erbij, gewoon, omdat hij op tour was met zijn band, zijn vrienden. De zanger, wiens scheur in de broek een echte scheur was en geen design geneuzel, vloog her en der flink uit de bocht, maar straalde: er stonden toch maar 70 mensen te genieten van de muziek die hij met zijn vrienden maakte. Glas niet halfleeg, maar halfvol, zoiets. Hij was blij, droeg een nummer op aan de Finse Nobelprijswinnaar, en stelde niet de band voor aan het publiek, maar de roadcrew: “at the merchandise stand: Mikooo!!!”, of hoe die gast dan ook heette. Er werden 20 nummers de zaal in geragd, het ene nog harder en/of chaotischer dan het andere. De t-shirt-dealer kreeg het hierna druk, onder andere met mij omdat ik een CD wilde, en een DVD. Ja, Disco Ensemble rockte mijn sokken! Het zal niet zo snel mijn ‘favoriete band ooit’ worden, maar dat maakt niet uit. Er gebeurden dingen op het podium, dingen gecreëerd door vier Finse jochies die hopelijk nog vaak terugkomen om voor 70 man een uurtje zweet te vergieten. Echt zweet, echte dingen. Hulde. En DAT gevoel, noem het chemie voor mijn part, ga jij nooit, nooit, nooit voor elkaar krijgen, Edwin. Met de drang naar professionaliteit, die zich in jouw hoofd vertaalt naar zeiken om een jointje en het naar de kapper sturen van langharigen (en dan nog roepen: “vanmiddag zullen jullie eruit zien als echte rockartiesten!”), zul je vanzelfsprekend een orkestje bij elkaar krijgen dat braaf de liedjes speelt die jij uitzoekt en inkoopt. En straks, wanneer het project haar eerste stapjes op het podium zet, zal er ongetwijfeld een gigantische stoet aan randdebielen staan, die het allemaal fantastisch vinden, en tegen elkaar zullen zeggen: die Edwin heeft het toch maar weer goed gedaan. Er zullen bierhallen gevuld worden, er zullen plekken op grote festivals gekocht worden, de radio zal er aan moeten geloven, maar nooit, nooit, nooit zal het een Disco Ensemble worden. Ja, dan kun je hahaha doen en dergelijke, maar de waarheid is pijnlijker dan de kiespijn die jij weglacht. En ik had nog me nog zo voorgenomen om niet over je gebit te beginnen. Wacht even, dat is waar ook: dat gebit. Potdomme. Dáár zouden ze eens wat aan moeten doen, in Den Haag!
|